CAMPAGNE GEFINANCIERD MET STEUN VAN DE EUROPESE UNIE

DE EUROPESE UNIE STEUNT CAMPAGNES
VOOR DE PROMOTIE VAN
HOOGWAARDIGE LANDBOUWPRODUCTEN
HomeRegelgevingDrogestof bepaling

Drogestof bepaling

In tegenstelling tot de meeste andere voedingsmiddelen staat op het schap of etiket van brood meestal geen gewicht. Mensen kopen een heel brood, een half brood of een aantal broodjes. De wettelijke regels hiervoor staan in het Warenwetbesluit Meel en brood en Verordening 1169/2011 (stuksaanduiding). Brood zonder bijzondere kenmerkende bestanddelen in de kruim en met een eindgewicht tussen de 350 en 1000 gram moet op droge stof geproduceerd worden. Afhankelijk van de hoeveelheid droge stof wordt het brood dan aangeduid met heel, middengroot of half.

Verschillende broodsoorten variëren namelijk in gewicht. Zo weegt een heel volkorenbrood meer dan een heel witbrood. Meestal geldt: hoe meer zemelen er in een brood zitten, hoe hoger het gewicht. Tijdens de bereiding nemen zemelen namelijk vrij veel vocht op. Verder is het eindgewicht ook afhankelijk van het bakproces. Zo verdampt er tijdens het bakken meer water uit een vloerbrood, omdat er geen bakblik gebruikt wordt. De hoeveelheid droge stof verandert tijdens het bakken niet. Bij brood zegt de hoeveelheid droge stof dus meer dan het gewicht. 

Heel, middengroot en half brood

De aanduidingen heel, middengroot of half mogen alleen gebruikt worden bij bepaalde hoeveelheden droge stof. Een heel brood bevat tussen 480 en 530 gram droge stof en half brood de helft (240-265 gram). Een middengroot brood bevat tussen 360 en 400 gram droge stof. 

Speciale broodsoorten

Bij sommige broodsoorten mag de producent kiezen: ofwel de aanduidingen op basis van drogestof (heel, middengroot of half), ofwel het gewicht vermelden. Het nettogewicht staat op de verpakking of het etiket in hetzelfde gezichtsveld als de naam van het voorverpakte product. Deze keuze geldt voor de volgende broodsoorten:

  • Brood met een eindgewicht boven de 1000 gram of onder de 350 gram (kleinbrood mag per stuk verkocht worden).
  • Brood waar bijzondere kenmerkende bestanddelen in de kruim zitten, wat tot uitdrukking komt in de naam van dat brood. Denk aan krentenbrood, krentenbol, notenbrood, suikerbrood, zonnebloempittenbrood, meergranenbrood met pompoenpitten en vruchtenbrood. Het gaat hierbij niet om decoratieve toevoegingen, zoals sesamzaad, maanzaad of zonnebloempitten op de korst, maar echte toevoegingen in het deeg.
  • Roggebrood en roggetarwebrood. 
  • Stokbrood.
  • Brood met een zeer laag glutengehalte en glutenvrij brood.

Gewicht verplicht

De regels voor de hoeveelheid drogestof gelden niet voor brood dat in het buitenland is geproduceerd (maar het mag dan ook niet “heel”, "middengroot" of “half” worden genoemd als het niet aan de voorwaarden voldoet). Dat betekent dat het netto gewicht van deze broodsoorten staat vermeld op de verpakking of het etiket. 

Regelgeving
Drogestof bepaling